Deelvraag 1:
Wat is zelfregulatie en intrinsieke motivatie binnen de geschetste context?
Zelfregulatie, intrinsieke motivatie en het nemen van eigenaarschap over het leerproces zijn drie onderling verbonden termen volgens Conley & French (2014).
De volgorde is van deze drie termen is hierbij minder van belang:
- Als leerlingen in staat zijn het leerproces te reguleren leidt dit tot een gevoel van eigenaarschap.
- Als leerlingen eigenaarschap hebben van het leerproces leidt dit tot ontwikkeling van zelfregulatie.
Conley en French (2014) beschrijven eigenaarschap in een model van vijf componenten:
1) Eigenaarschap start met motivatie en betrokkenheid.
2) Leerlingen stellen doelen en sturen hun leren aan om die doelen te bereiken.
3) Leerlingen ontdekken dat zij controle kunnen nemen over het leerproces, waardoor zij vertrouwen krijgen dat zij de taak aankunnen (self-efficacy) en hun zelfvertrouwen toeneemt.
4) Om vast te stellen of gestelde doelen zijn bereikt, gebruiken leerlingen metacognitieve vaardigheden, en monitoren ze hun eigen vorderingen.
5) De eerste vier componenten hebben een positieve invloed op het doorzettingsvermogen van de leerling. Dit leidt tot een versterking van de motivatie en het zelfregulerend vermogen.
Triangulatie
De zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci (2000) komt hiermee overeen. Het belang van intrinsieke motivatie staat in deze theorie centraal. Autonomie, competentie en sociale verbondenheid versterken intrinsieke motivatie. Als leerlingen in staat worden gesteld om zelfstandige keuzes te maken in onderwijsleersituaties versterkt dit een gevoel van autonoom zijn.