(500 woorden)
De conclusies formuleer je in combinatie met de resultaten van het literatuuronderzoek in een aparte paragraaf.
In de conclusies geef je een antwoord op de deelvragen waarin je praktijk- en literatuurverkenning aan elkaar verbindt. Je motiveert wat je wel/niet meeneemt in je ontwerpeisen. Daarbij ga je in op de kwaliteit, zoals de validiteit en de betrouwbaarheid van je resultaten.
Formuleer je conclusies per deelvraag waarbij je de verschillende perspectieven samenneemt en deze vergelijkt en/of aanvult met de resultaten uit de literatuur. Onderbouw door duidelijk te verwijzen naar bronnen en je praktijkonderzoek.
Uit de beschreven resultaten worden per deelvraag conclusies getrokken, waarbij de praktijk- en literatuurverkenning geïntegreerd worden. Op grond daarvan wordt de hoofdvraag beantwoord. Het antwoord op de hoofdvraag vormt de basis voor het formuleren van de ontwerpeisen.