Deelvraag 3:
Wat zijn de oorzaken en belangrijkste fouten bij het maken van deze opgaven waardoor deze opgaven slecht scoren?
Methode
Kwantitatief: statistische analyse slechts scorende opgaven.
Kwalitatief: Interview met open interviewvragen aan leerlingen.
Respondenten
Kwantitatief: n = 73 proefwerken, N = 137 proefwerken.
Kwalitatief: n = 4 leerlingen, N = 137 leerlingen.
Validiteit
Validiteit (geldigheid) is de mate waarin een onderzoek of meetinstrument daadwerkelijk meet wat het beoogt te meten.
Volgens Verhagen (2008) heb je een mix nodig van kwalitatieve als kwantitatieve data nodig.
Kwantitatief: bij het nakijken van een wiskunde proefwerk wordt het tot stand komen van een antwoord in stappen verdeeld waarbij het antwoord zelf als een volledige stap wordt gezien (Goris, Monquil, Konigs, Faarts & Soto, 2013). Om beter zicht te krijgen op de resultaten kan je volgens Van der Donk en Van Lanen (2016) uitgewerkte opgaven transformeren in aantal fouten per foutcategorie.
Kwalitatief: het verkrijgen van meer gedetailleerde informatie van individuele leerlingen om inzicht te krijgen in de gemaakte fouten (Van der Donk & Van Lanen, 2016).
Betrouwbaarheid
Een meting is betrouwbaar als de meting consistent is. Een hoge betrouwbaarheid en een kleine standaardfout zijn voorwaarden voor een hoge validiteit.
Kwantitatief: er worden net zoveel proefwerken geanalyseerd tot het punt dat er geen nieuwe antwoorden worden gevonden en er een patroon in de antwoorden begint te ontstaan.
Kwalitatief: tijdens een wiskunde les van een collega zijn, in een aparte ruimte, vier leerlingen bevraagd met als doel inzicht te krijgen waarom en wanneer een fout ontstaat.
Onderzoeksinstrumenten
Statistische analyse formulier
Analyse formulier
Open vragen interview formulier leerlingen
Open vragen interview formulier interviewer